Het was een steenkoude dag in januari. De Duitse Marietta was op weg naar een sollicitatiegesprek bij het taleninstituut in Utrecht. Ze was bloednerveus. Níet omdat dit haar allereerste sollicitatie in Nederland was. En ook niet omdat ze pas een half jaar in Nederland woonde en de taal nog maar net onder de knie had. Wat haar zo zenuwachtig maakte, was het feit dat het sollicitatiegesprek zou plaatsvinden met niemand minder dan de directeur van het instituut. Het idee alleen al… Bij aankomst was ze dan ook verbijsterd toen de directeur zichzelf voorstelde met haar voornaam en aangaf dat Marietta haar gerust mocht tutoyeren. Marietta kon er met haar hoofd niet bij.
“Gaan we niet nog wat drinken?” vroeg ik aan mijn nieuwe collega’s. Ze keken me verbaasd aan. “Eh, nee,” zeiden ze, “wij gaan naar huis.” Na een paar jaar in verschillende Zuid-Europese landen te hebben gewerkt, moest ik opnieuw wennen aan de Nederlandse werkwijze. Niet alleen aan de ‘9 tot 6’-mentaliteit, maar vooral aan de omgang met collega’s onderling. De contacten waren veel oppervlakkiger.
Voor een opdrachtgevers reisde Joseph maandelijks naar Marokko om o.a. kwaliteitscontroles uit te voeren in pakstations van citrusvruchten. Op 23 december 2004 – volgende week 10 jaar geleden – viel de Marokkaanse douane een van die pakstations binnen en vond daar een hoeveelheid hasj. Joseph was daar net gearriveerd en informeerde wat er aan de hand was. Het feit dat hij voor een Nederlands bedrijf werkte, was voldoende om verdacht te zijn. Hij werd gearresteerd en onterecht tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Rotterdammers staan bekend als harde werkers: ‘schouders eronder, niet zeiken!’ Het harde werken is ontstaan in de havens van Rotterdam en is nog steeds kenmerkend voor de stad. Net als de humor. Met een gezonde dosis zelfspot op zak schuwen Rotterdammers niet om een ander in de maling te nemen. Met humor kun je immers problemen oplossen en leed verzachten.


Recente reacties