Skip to main content

Doe maar gewoon — waar komt die uitdrukking vandaan?

Saskia Maarse | 17 juni 2026

Tijdens een van mijn workshops zat een Amerikaanse deelnemer naast een Nederlandse collega. Ze werkten allebei al jaren voor hetzelfde internationale bedrijf en hadden elkaar nog nooit fysiek ontmoet. De Amerikaan vertelde enthousiast over een project dat hij had geleid, over de resultaten, en over de complimenten die hij van de directie daarover had gekregen. Zijn Nederlandse collega luisterde en knikte beleefd. Later zei hij tegen een andere Nederlandse collega: “Wat een opschepper zeg, die Amerikaan.”

Dat oordeel zegt iets over ‘doe maar gewoon’ — een Nederlandse norm waar dit blog over gaat. Want hier komen cultuurverschillen om de hoek kijken. De Amerikaan vertelt graag over zijn succes, terwijl dat voor de Nederlandse collega’s ongemakkelijk voelt.

Doe maar gewoon: wat betekent die uitdrukking eigenlijk?

‘Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.’ Het is een van de bekendste Nederlandse uitdrukkingen die — volgens historicus Herman Pleij — gaat over onze diepgewortelde hang naar gelijkheid, vrijheid en eenvoud.

Als je in Nederland iets doet wat opvalt, wordt dat al snel als overdreven of aanstellerij ervaren. Dat geldt niet alleen voor de buurman, maar ook voor managers, topsporters en zelfs de koning. Daarom vinden veel mensen in Nederland het raar wanneer iemand opschept over succes, opleiding en luxe.

En als Nederlanders zelf een compliment krijgen over bijvoorbeeld een nieuw kledingstuk, weten ze niet hoe snel ze moeten vertellen waar ze hun ‘koopje’ op de kop hebben getikt.

Je mag praten over succes en luxe, maar er hoort wel een disclaimer bij.

Waar komt de ‘doe maar gewoon’- norm vandaan?

Het is geen toeval. Deze norm komt voort uit historische, geografische en religieuze invloeden die samen een uniek cultureel profiel hebben gevormd.

Het water
Nederland is voor een groot deel door mensenhanden gemaakt. Dat vereiste een structurele samenwerking met een heldere, duidelijke en effectieve communicatie. Als de dijken dreigden te breken, was er geen tijd voor omslachtige beleefdheidsvormen of wollige taal. En iedereen — van boer tot burgemeester — moest daarin een stem hebben. Als één boer weigerde mee te betalen aan het dijkonderhoud, kon een heel dorp overstromen. We ontstonden deels (vooral boven de rivieren) op een drassige rivierdelta, en dat heeft ons gemaakt tot wie we nu zijn.

Het calvinisme
Het verhaal dat Maarten Luther op 31 oktober 1517 zijn 95 stellingen aan de deur van de slotkerk in Wittenberg spijkerde, is het bekendste en meest vertelde verhaal over het begin van de Reformatie. Zijn protest tegen de rooms-katholieke kerk leidde tot een religieuze omwenteling die heel Europa raakte, en waarschijnlijk nergens zo diep wortelde als in de Lage Landen. De mensen die hier woonden, waren al eigengereid. Steden maakten hun eigen regels, en handelslieden lieten zich niet zomaar de les lezen. Het calvinisme gaf die mentaliteit een moreel kader.

De meeste Nederlanders zijn allang niet meer praktiserend calvinist, maar de waarden die het calvinisme heeft nagelaten — soberheid, afkeer van dikdoenerij en nuchterheid — zitten nog steeds diep in de cultuur van een deel van Nederland. Ook bij mensen die nooit een kerk van binnen hebben gezien.

De handel
Nederland is al eeuwenlang een handelsnatie met bijbehorende mentaliteiten zoals hard werken, zuinigheid, onafhankelijkheid, voor jezelf opkomen, betweterigheid en uitspraken als ‘verbeeld je niet te veel’, ‘eerst zien dan geloven’, ‘wat koop ik ervoor’ en ‘dat bepaal ik zelf wel’. Vanaf de opkomst van de handel was eerlijkheid een belangrijke waarde. Je zei wat je bedoelde, en je deed wat je beloofde. Nuchterheid wekte vertrouwen; opscheppen wekte wantrouwen. Die handelsmentaliteit zit grotendeels nog altijd in hoe we communiceren, onderhandelen en naar elkaar kijken.

Solidariteit

De kwetsbaarheid van het vlakke land onder de zeespiegel schiep solidariteit. Iedereen was afhankelijk van elkaar. Die gelijkheidsgedachte zorgt nog steeds voor een horizontale samenleving met weinig hiërarchie. Nederlandse managers fietsen naar hun werk. De premier doet zijn eigen boodschappen in de supermarkt. Mensen spreken elkaar snel met de voornaam aan. Dat wordt door mensen uit andere landen — na een eerste verbazing — na verloop van tijd vaak als prettig en bevrijdend ervaren.

De keerzijde: een held een held noemen

Elke norm heeft een keerzijde. De ‘doe maar gewoon’- norm zorgt er tegelijkertijd voor dat we onszelf, onze taal, onze cultuur en onze geschiedenis soms kleiner maken dan ze zijn. Een held een held noemen — dat doen we niet snel. En soms halen we mensen onterecht van hun voetstuk, terwijl aandacht voor verdienste juist waardevol kan zijn.

Tijdens internationaal werken en zakendoen kost de ‘doe maar gewoon’- mentaliteit Nederlanders soms kansen. We zijn vaak te bescheiden in een sollicitatieprocedure, te afgemeten in een pitch en te snel met de disclaimer. Terwijl de mensen aan de andere kant van de tafel juist verwachten dat je laat zien wat je waard bent.

En er is nog iets. De norm om ‘gewoon’ te blijven kan ook een rem zijn op ambitie en op het durven uitsteken boven het maaiveld, bijvoorbeeld als je iets nieuws probeert, iets groots wilt bereiken, of iets wilt zeggen wat de groep nog niet heeft gezegd.

Daarom is het effectief om te kijken hoe andere culturen zich gedragen, en tegelijkertijd inzicht te hebben in je eigen cultuur. Dan pas zie je wanneer een vertrouwde norm je dient — en wanneer die je in de weg zit.

Saskia Maarse is intercultureel spreker, trainer en auteur. Ze geeft lezingen en workshops over cultuurverschillen, cultural awareness en de Nederlandse (zakelijke) cultuur in relatie tot andere culturen.

Leave a Reply