Skip to main content

Hoe landschap invloed heeft op taal en cultuur

Saskia Maarse | 16 oktober 2026

In hoeverre heeft landschap invloed op een volkskarakter? Gaan bergvolkeren anders met elkaar om dan eilandbewoners? Communiceren mensen aan de kust op een andere manier dan nomadische stammen?

Een paar maanden geleden werkte ik mee aan een aflevering van de BNNVARA-podcast Alledaagse Vragen om uit te leggen waarom Nederlanders het liefst lekker normaal doen. We spraken over calvinisme, handelsgeest, maar ook over het vlakke landschap en de strijd tegen het water. De redactie sloot af met dit rijtje – iets ingekort:

  • Bergvolkeren zijn taai en zelfstandig, want hun omgeving geeft weinig maar vraagt veel.
  • Op de vlakte leer je samenwerken, want alleen red je het niet als het water stijgt of de oogst mislukt.
  • Aan de kust word je avontuurlijk en pragmatisch – de zee beloont wie durft.
  • In het woud leer je zwijgen en opletten, want gevaar kondigt zich niet altijd aan.
  • De woestijn maakt mensen sober en gastvrij: je hebt niet veel, maar wat je hebt, deel je.
  • Langs de rivieren ontstaan regels, leiderschap en administratie, want wie het water wil benutten, moet organiseren.
  • Eilandbewoners zijn trots op wie ze zijn en wat ze hebben – ver weg van het vasteland.

Hoe kan een stuk grond bepalen hoe mensen met elkaar omgaan? Het verband tussen geografie en volksaarden wordt al eeuwenlang onderzocht door grote denkers. Zo schreef de Griekse arts Hippocrates over hoe lucht, water en grond het temperament van mensen vormen. Na hem bespraken ook Ibn Khaldun, Montesquieu en Kant de invloed van landschap op cultureel gedrag.

In dit blog zoom ik in op twee landschappen:

  1. Ons eigen landschap: hoe de confrontatie met natuurgeweld niet alleen ons culturele gedrag vormde, maar ook de manier waarop we met elkaar praten.
  2. De woestijn: hoe een leven vol onzekerheid leidde tot gastvrijheid, verbondenheid en een beeldende manier van praten.

Het vlakke land

Nederland kende geen woeste bergtoppen om kastelen op te bouwen of diepe dalen om bevolkingsgroepen van elkaar te scheiden. Boerderijen stonden in open velden, dorpen lagen op loopafstand van elkaar, en de dreiging van overstromingen was in grote delen van het land altijd aanwezig.

Nederland is deels door mensenhanden gemaakt, letterlijk uit het water getrokken. Het opbouwen van land vereiste samenwerking en duidelijke, effectieve communicatie. Die communicatiestijl werd een overlevingsstrategie waarbij nuchterheid en praktisch handelen zwaarder wogen dan mooie woorden. Als het water steeg en de dijken dreigden te breken, was er immers geen tijd voor diplomatie of omslachtige beleefdheidsvormen. De Nederlandse directheid kwam niet uit het niets. Het begon bij klei, water en wind.

De noodzaak om samen het water te beheren leidde tot een bestuursvorm met informele omgangsvormen waarbij iedere mening telde, met als doel er samen uit te komen. Deze manier van besluiten nemen werkt echter alleen als mensen eerlijk communiceren.

Hoe ziet die eerlijkheid eruit?

Die eerlijkheid bestaat uit het geven van meningen en feedback, het delen van ideeën of overtuigingen en het geven van – soms irrelevante – informatie. Wat daarentegen niet wordt gewaardeerd, zijn negatieve uitlatingen of radicale uitspraken – zeker als ze gepaard gaan met heftige emoties. Als we overeenstemming willen bereiken, is het tonen van emoties zelden efficiënt. Het wordt al snel als onprofessioneel ervaren, en dan hoor je: “Laten we het gezellig houden.”

Eerlijkheid en gezelligheid

Hoe kun je én eerlijk zijn, én gezellig? Volgens de in september overleden Paulien Cornelisse is er sprake van een spanningsveld. Ze beschreef in haar Boekenweekessay Hèhè (2025): “Dit spanningsveld is volgens mij de essentie van de Nederlandse communicatie. Als je kijkt naar alle woorden, verzuchtingen en uitdrukkingen die we zonder erbij na te denken gebruiken, dan hebben die bijna altijd te maken met die twee pijlers: gezelligheid en eerlijkheid.”

Om die eerlijkheid te verzachten en de gezelligheid te bewaken gebruiken we woordjes als ‘nou’, ‘even’, ‘soms’, ‘eens’, ‘gewoon’, ‘misschien’, ‘zeg maar’ of ‘eigenlijk’. Hoe groter het spanningsveld tussen eerlijk en gezellig, hoe meer je moet zeggen om die kloof te dichten. Een andere manier om die eerlijkheid te verzachten is haar vooraf aan te kondigen. Dan krijg je volgens Cornelisse zinnen als: “We hebben heerlijk gegeten bij Margreet, maar – en nu ben ik even heel eerlijk – het is wel vervelend dat haar hele huis zo naar hond ruikt.”

Er bestaat een oud gezegde: “God schiep de aarde, maar de Nederlanders schiepen Nederland.” Wie zijn eigen land uit het water trekt, gaat geloven dat bijna alles maakbaar is: het land, de toekomst en je eigen agenda. Gaat er iets mis, dan had je beter moeten plannen. Maar wat als je in een landschap leeft dat zich helemaal niet laat temmen?

De woestijn

Neem de woestijn. Een Arabische deelnemer vertelde me eens dat hij in het Nederlands moest leren zeggen: “Ik heb de trein gemist.” In het Arabisch zeg je: fātanī al-qiṭār, “de trein is mij ontglipt.” In die zin is de trein degene die iets doet. Jij bent hooguit degene die achterblijft op het perron. Voor een Nederlander voelt dat als een smoesje. Wie te laat is, heeft dat aan zichzelf te danken.

Nomaden die eeuwenlang door de woestijn trokken, leefden met onzekerheid: een bron die opdroogde, regen die uitbleef of een zandstorm die de reis dagen vertraagde. Zij leerden dat niet alles in eigen hand ligt. In de woestijn red je het niet door alles te regelen, maar door op elkaar te kunnen rekenen. Ibn Khaldun noemde dat al in de veertiende eeuw asabiyya: een groepsgevoel waarin je voor elkaar zorgt en elkaar beschermt. Daaruit groeide een gastvrijheid die geen keuze is, maar een plicht. Als er mensen bij je aankloppen, dan geef je ze water, eten en onderdak. Want morgen kun jij degene zijn die aanklopt.

Mensen die zo afhankelijk zijn van elkaar, praten voorzichtig. Je zegt niet zomaar wat je denkt, want een gekwetste relatie herstel je niet even. Liever verpak je je boodschap in een verhaal of een beeld.
In de bedoeïenenstam was de dichter een van de belangrijkste mensen. Hij bewaarde de geschiedenis van de groep en sprak namens haar. Een bekend Arabisch gezegde luidt dat de poëzie het archief van de Arabieren is. Waar wij zeggen “zeg nou gewoon wat je bedoelt”, geldt in de woestijn: hoe je iets zegt, is net zo belangrijk als wát je zegt.

Landschap, cultuur en taal

Het vlakke land en de woestijn. Twee landschappen, twee manieren van communiceren. De woorden die we – vaak onbewust – gebruiken, vertellen soms meer over de grond onder onze voeten dan we vermoeden.

Het landschap is natuurlijk niet het hele verhaal. Ook het calvinisme en de handelsgeest vormden deels onze cultuur en communicatie. Daarover schreef ik eerder in o.a. Doe maar gewoon.

Bronnen:

  • Alledaagse Vragen, aflevering “Waarom doet de Nederlander het liefst lekker normaal, want dat is al gek genoeg?”, BNNVARA, 24 juni 2026
    • Hippocrates, Over lucht, water en plaatsen (5e eeuw v.Chr.)
    • Aristoteles (4e eeuw v.Chr.)
    • Montesquieu, De l’esprit des lois (1748)
    • Immanuel Kant, colleges Physische Geographie (1756–1796)
  • Ibn Khaldun, De Muqaddimah (1377)
  • Paulien Cornelisse, Hèhè. Over wat we zeggen zonder dat we het doorhebben, Boekenweekessay, CPNB, 2025

Saskia Maarse is intercultureel spreker, trainer en auteur. Ze geeft lezingen, workshops en trainingen over de Nederlandse (zakelijke) cultuur in relatie tot andere culturen.

Leave a Reply